Tja, zonder idee van wat de kenmerken zijn van goede popjournalistiek – of in ieder geval de popjournalistiek die op dit moment met node wordt gemist – is het lastig op onderzoek uitgaan.
Dit weekend ga ik op bezoek bij Peter van Bruggen. Hij schreef eind jaren zeventig eigenhandig het nieuwe genre punk OOR in. Dat deed hij meer dan voortreffelijk, vindt ook de huidige hoofdredacteur Koen Poolman. Van Bruggen is betrokken bij zijn onderwerp, schrijft vol vuur en is niet bang om tegen heilige huisjes te schoppen. Daarnaast is hij duidelijk beïnvloed door New Journalism dat jaren eerder opgang maakte in de Verenigde Staten.
Oké, in 1977 stond de popcultuur er heel anders voor dan nu. Maar toch. In de teksten van Van Bruggen schemert iets door dat de hedendaagse popjournalistiek in Nederland mist. Daarover later – zeker na mijn ontmoeting met hem – meer.
Een tweede belangrijk ijkpunt is Pop Up, de botsing tussen oude en nieuwe media van Henk Blanken en Mark Deuze. Interessant en fijn te lezen boek. Ben het alleen niet met de twee eens. Blanken en Deuze hanteren, kort door de bocht, het empirische model om tot de conclusie te komen dat de oude journalistiek zich gewoon moet aanpassen aan de nieuwe situatie. Dat is, volgens mij, de wereld op z’n kop. Niet de geconstateerde situatie moet als uitgangspunt dienen, maar de ideale. de bedachte situatie, dus.
Vandaar ook dat ook eerst wil achterhalen wat voor mij de ‘goede’ popjournalistiek is die er momenteel niet is. Nieuwe media kunnen een rol spelen bij het bereiken van die journalistiek. En dus niet andersom, zoals nu in praktijk gebeurt en wat Blanken en Deuze zien als een onvermijdelijke ontwikkeling. Niets in het leven is onvermijdelijk. Alles is een keuze. Vind ik.
Zo. Ik ga trein en bus nemen naar Giesbeek. Ondertussen kun je je commentaar achterlaten. Shoot!